Aanleiding
Verkenningp
Onderzoeksvragen
Onderzoeksopzet
Gegevensverzameling
Analyse
Discussie
Presentatie & Implementatie

De onderzoekende docent LO

Waarom moet ik als leraar LO onderzoek doen en dus beschikken over onderzoeksvaardigheden?

De onderzoekscyclus

middle-reuse
1. Aanleiding
2. Verkenning
3. Onderzoeksvragen
4. Onderzoeksopzet
5. Gegevensverzameling
6. Analyse
7. Discussie
8. Presentatie & Implementatie

Welk type onderzoek ga jij doen?

Ontwerponderzoek Handelingsonderzoek Interventieonderzoek

2. Verkenning

Algemene Introductie

Ok, je hebt nu een aanleiding om iets te gaan onderzoeken. De praktijkvraag (het probleem of de uitdaging) is helder. Maar daarmee heb je nog geen werkbare onderzoeksvraag of onderzoeksdoelstelling op grond waarvan je jouw onderzoek verder kunt gaan vormgeven en uitvoeren. Om van jouw praktijkvraag te komen tot een goede en vooral concrete onderzoeksvraag/-doelstelling is het van belang dat je je eerst uitvoerig gaat verdiepen in het onderwerp. Dat je gaat verkennen wat er allemaal al bekend is over het onderwerp (en wat niet), welke opvattingen, theorieën, modellen en ideeën er al bestaan. 

‘Maar waar moet ik dan beginnen, want er is zoveel informatie te vinden!?’, we horen het je denken. En dat klopt! Er is inderdaad zoveel informatie te vinden op o.a. het internet en in boeken, dat de kans groot is dat je al vrij snel door de bomen het bos niet meer ziet. Om ervoor te zorgen dat je zoektocht naar informatie gericht en efficiënt verloopt is het daarom verstandig om eerst eens rustig na te denken over het onderwerp van je onderzoek en in kaart te brengen welke aspecten allemaal samenhangen met het onderwerp. Hiervoor kun je gebruik maken van een mindmap. Middels een mindmap maak je voor jezelf goed inzichtelijk welke aspecten allemaal gelinkt zijn aan jouw onderwerp en hoe deze met elkaar samenhangen. Vervolgens kun je aan de hand van deze aspecten, termen en begrippen heel gericht op zoek gaan naar bronnen die je meer inzicht geven over het onderwerp van jouw onderzoek. Ook kun je direct gaan zoeken in databases met bronnen specifiek voor het vak LO Zorg ervoor dat je alle bronnen goed ordent en op een overzichtelijke manier weergeeft. Het is namelijk van belang dat je later in je onderzoeksverslag, presentatie of wat voor product dan ook, precies kunt aangeven welke informatie je waar vandaan hebt gehaald en op basis van welke bron je bepaalde uitspraken doet. Waarschijnlijk kom je in jouw zoektocht ook bronnen tegen die op dat moment niet direct relevant of bruikbaar zijn, maar dat wellicht in een later stadium van je onderzoek wel blijken te zijn. Dit is temeer een reden om alle bronnen goed te bewaren en ordenen.

[leesmeer]Nadat je het onderwerp van je onderzoek middels het bestuderen van zoveel mogelijk bronnen goed hebt verkend en bestudeerd, heb je inzicht gekregen welke theoretische inzichten wel en niet relevant en bruikbaar zijn voor je onderzoek. Probeer vooral op basis van jouw praktijkvraag een keuze te maken voor de meest relevante en bruikbare theoretische inzichten. Inzichten die je het beste gaan helpen bij het beantwoorden van je praktijkvraag of het oplossen van je praktijkprobleem. Deze theoretische inzichten vormen (samen) het theoretisch kader van je onderzoek. Dit theoretisch kader geeft je praktijkonderzoek een sterke theoretische basis, geeft richting aan je onderzoek, kadert je onderzoek af en zorgt er dus voor dat je niet alle kanten uit kunt schieten in je onderzoek. ­­

Een mindmap maken

Een kaart van je gedachten. Dat is de letterlijke vertaling van een ‘mind map’. Je gaat jouw eigen hersenspinsels over je onderwerp van onderzoek in kaart proberen te brengen en ordenen. Een mindmap biedt zo een mooi startpunt om na te denken over alles wat er met jouw onderwerp van onderzoek te maken zou kunnen hebben en hoe deze aspecten onderling (mogelijk) met elkaar samenhagen. Maar hoe pak je dat nu aan? Waar begin je? Hoe werk je het verder uit? En als die mindmap dan af is, wat doe je er dan mee?

In de tutorial hieronder leer je wat een mindmap is, hoe je deze maakt en hoe je ‘m gebruikt voor het verder vormgeven van je onderzoek.

Mindmaps kun je op verschillende manieren samenstellen. Het meest eenvoudig is waarschijnlijk nog steeds met een ‘good old’ pen en een stuk papier. Je kunt er eventueel een foto van maken wanneer ‘ie klaar is. Je kunt echter ook software gebruiken voor het maken van een mindmap. Nadeel is vaak dat je ervoor moet betalen (en dat wil je niet), maar er zijn ook gratis alternatieven. Enkele voorbeelden hiervan zijn: